Kijk eens naar de adresbalk van je browser. De tekenreeks die begint met "https" is een URL: een direct adres om pagina's op het internet te vinden. URL's spelen een belangrijke rol in het bedrijfsleven én in het dagelijks leven. Zonder URL's zouden we niet van pagina naar pagina kunnen springen, en zou niemand een bedrijf kunnen opzoeken of online een aankoop kunnen doen.
Als je begrijpt hoe URL's zijn opgebouwd, krijg je beter inzicht in de structuur van jouw website—of welke website dan ook. Er zijn manieren om URL's nuttiger te maken voor zoekmachines en begrijpelijker voor mensen. Met deze basiskennis kun je navigatieproblemen herkennen die invloed hebben op zoekmachineoptimalisatie (SEO) en de gebruikerservaring (UX).
Laten we alle onderdelen van een URL verkennen en bekijken hoe elk onderdeel ons helpt om over het internet te navigeren.
Wat is een URL?
URL staat voor "uniform resource locator." Het is de technische benaming voor een internetadres. De meest voorkomende toepassing is het verwijzen naar een specifieke pagina op een webdomein zoals Shopify.com—de voor mensen leesbare namen die corresponderen met numerieke IP-adressen. Een URL kan verwijzen naar een andere pagina op dezelfde website of naar een compleet ander domein.
De URL vormt het hart van hyperlinks: de klikbare elementen waarmee je eenvoudig over het World Wide Web surft. Je ziet een URL in de adresbalk van je browser nadat je op een hyperlink hebt geklikt, of je kunt een URL rechtstreeks in de adresbalk typen.
Bijvoorbeeld, in deze hyperlink naar Shopify zit de URL https://shopify.com. Wanneer je muisaanwijzer over deze hyperlink beweegt, wordt de URL zichtbaar in de statusbalk onderaan je browser of in een pop-up bij de cursor. De zichtbare tekst "Shopify" is een herkenbaar teken van de algemene locatie, maar wat je webbrowser daadwerkelijk nodig heeft om naar de exacte locatie te springen, is het URL-adres in de link: https://shopify.com.
Basisonderdelen van een URL
URL's zijn lineair opgebouwd. Door de basisonderdelen stuk voor stuk te ontleden, begrijp je beter hoe elk onderdeel zich verhoudt tot het geheel:
Protocol
Het eerste onderdeel van een URL is het protocol, ook wel het schema genoemd. Het protocol bepaalt hoe je webbrowser de bron moet interpreteren en weergeven. De meest gebruikte protocollen zijn http:// en https://.
HTTP staat voor hypertext transfer protocol, de ruggengraat van alle websites. HTTPS is in essentie hetzelfde, maar voegt een "S" toe voor secure (beveiligd). Dit betekent dat de website is geverifieerd en een SSL/TLS-certificaat heeft. Informatie die op een beveiligde HTTPS-pagina wordt ingevoerd (zoals wachtwoorden) is veiliger doordat de gegevens versleuteld worden. Sommige websites gebruiken nog HTTP, maar dat is kwetsbaarder voor cyberaanvallen. Omdat sommige gebruikers HTTP als te risicovol beschouwen, is het verstandig om HTTPS te gebruiken voor je e-commercewebsite. Shopify-winkels hebben HTTPS standaard ingeschakeld.
Een URL kan ook verwijzen naar een ander type bron op het internet dan webpagina's (bijvoorbeeld een gehost PDF-bestand), via andere protocollen die hieronder worden beschreven. Maar het hypertext transfer protocol—het schema dat webpagina's onderscheidt van andere bronnen—en de beveiligde versie (HTTPS) zijn verreweg de meest voorkomende URL-typen.
Deze andere protocollen zijn minder gangbaar dan HTTPS, maar het is goed om te weten dat ze bestaan:
- FTP (file transfer protocol), voor het verplaatsen van bestanden tussen client- en servercomputers.
- SMTP (simple mail transfer protocol), een protocol voor e-mailservers.
- IRC (internet relay chat), een protocol voor tekstchat.
- File, verwijst naar bestanden op je lokale computer.
- Gopher, een oud client/server-menusysteem voor het bladeren door documenten, applicaties en servers dat ouder is dan het web.
- Gemini, een lichtgewicht, eenvoudig protocol dat een speciale client-app vereist om toegang te krijgen tot de "Geminispace"-netwerkbronnen.
Subdomein
Vervolgens komt het subdomein, een optioneel onderdeel van een URL dat een categorie aangeeft binnen het grotere geheel van je volledige website. Het subdomein "help" bevindt zich bijvoorbeeld binnen het rootdomein shopify.com in deze URL: https://help.shopify.com/nl.
Een subdomein is een gebruiksvriendelijke manier om content op je website te organiseren. Veelvoorkomende subdomeinen zijn:
- Blog
- News (nieuws)
- Support of help
- Community
Met de URL https://community.shopify.com weten bezoekers bijvoorbeeld in één oogopslag dat ze het communityforum van Shopify bezoeken.
Subdomeinen zijn niet verplicht, maar wel populair omdat ze websiteverkeer op een logische manier sturen—iets wat zowel mensen als zoekmachines waarderen. Als je al een Shopify-winkel hebt, kun je via de Shopify-beheerinstellingen een subdomein toevoegen.
Rootdomein
Het rootdomein is verplicht. Het bestaat uit twee delen: een second-level domain (SLD) en een top-level domain (TLD).
- Second-level domain. Het SLD is de unieke naam die je hebt geregistreerd voor je winkel of website bij een domeinregistrar. Beschouw het als het hoofddomein waar je merknaam staat, zoals Nike of Adidas.
- Top-level domain. Het top-level domain geeft de algemene categorie van de website aan, zoals .com (commercieel), .org (organisatie), .edu (educatief) of .net (computernetwerk). In Nederland zie je ook vaak .nl.
Het rootdomein Shopify.com bestaat bijvoorbeeld uit het second-level domain "Shopify" en het TLD ".com." Door je bedrijfsnaam als SLD te gebruiken en .com als TLD, voldoe je aan de verwachtingen van klanten voor een e-commercewebsite.
Pad
Het pad wijst naar de precieze locatie van een specifieke bron. De bestemming is meestal een webpagina. Het pad is georganiseerd met een of meer slashes en biedt een veelzijdige manier om zoekmachinecrawlers te begeleiden, zodat ze de semantische structuur van een website begrijpen. Dit kan de zichtbaarheid in zoekresultaten verbeteren. Het pad volgt na het rootdomein en kan verschillende segmenten bevatten, gescheiden door een slash (/), zoals hier:
Hier specificeert het pad een subdirectory—blog—waar alle blogpagina's zich bevinden.
Subdirectory
Na het rootdomein komt de subdirectory, die je kunt zien als een submap in een bestandsstructuur. De subdirectory geeft meer context over hoe de URL zich onderscheidt van andere delen van een website. Zo leidt /nl/pricing gebruikers naar het prijzenoverzicht van de Shopify-website. In één oogopslag weet je dat deze URL over de abonnementsprijzen van Shopify gaat.
Het komt vaak voor dat een URL hier bij de subdirectory eindigt—vooral als de URL verwijst naar een indexpagina of landingspagina. Subdirectorynamen komen niet altijd exact overeen met submappen in het rootbestandssysteem op de webserver. Een URL kan slechts de schijn van een mappenstructuur hebben. Je contentmanagementsysteem (CMS) kan de URL-structuur manipuleren zodat het eruitziet als een bestandspad voor betere leesbaarheid, terwijl het intern een eigen complexe structuur heeft voor het opslaan van webcontent.
Je kunt je subdirectory elke naam geven, maar die moet wel betekenisvol en accuraat zijn omwille van de gebruikerservaring. Subdirectorynamen als catalog, blog, pricing, shipping en help zijn bijvoorbeeld direct herkenbaar.
Slug
De URL-slug is een beschrijving van de inhoud van een webpagina, teruggebracht tot één woord of een met koppeltekens verbonden frase. Dit maakt de URL leesbaarder voor zowel mensen als robots. De slug verschijnt na de slash die volgt op een subdirectory.
Bijvoorbeeld, /blog/topics/marketing bestaat uit twee subdirectories—blog en topics—en eindigt met de slug "marketing." Dit vertelt je dat er een marketingpagina genest is onder de sectie topics, die op haar beurt genest is binnen de subdirectory blog.
Geavanceerde onderdelen van een URL
Nu we de basis kennen, bekijken we hoe URL's nog gedetailleerder kunnen worden. Hoewel de extra complexiteit deze URL's een stuk technischer en minder leesbaar maakt, bieden ze meer aanpassingsmogelijkheden dan je websitestructuur misschien nodig heeft:
Poort
De poort identificeert het type verbinding dat nodig is om een bepaalde applicatie of website op een webserver te bereiken. Elk protocol heeft een eigen poortnummer. Hier zijn er een paar:
|
Poortnummer |
Protocol |
|
80 |
HTTP (hypertext transfer protocol): De standaardpoort voor onversleuteld webverkeer |
|
443 |
HTTPS (hypertext transfer protocol secure): Een veiligere, versleutelde verbinding voor webverkeer |
|
21 |
FTP (file transfer protocol): Wordt gebruikt voor het overdragen van bestanden tussen clients en servers |
|
22 |
SSH (secure shell): Maakt externe toegang tot servers via de opdrachtregel mogelijk |
|
25 |
SMTP (simple mail transfer protocol): Verstuurt uitgaande e-mail vanaf servers |
|
143 |
IMAP (internet message access protocol): Een andere manier om e-mail vanaf mailservers te verzenden |
|
3389 |
RDP (remote desktop protocol): Maakt externe toegang tot Windows-desktops mogelijk |
Het poortnummer plaats je na het rootdomein en vóór het pad, als volgt:
https://hk241.xb-11.com:443/blog/topics/marketing
Poorten worden normaal gesproken niet weergegeven in URL's, omdat webbrowsers veelgebruikte protocollen herkennen en automatisch via de juiste poort verbinden. Let op wat er gebeurt als je op de bovenstaande link klikt. De browser vereenvoudigt de URL direct:
Poorten zijn nuttig in zeldzame gevallen waarin je een niet-standaard poort moet specificeren, wat ontwikkelaars soms gebruiken in ontwikkel- en testomgevingen, en om beveiligingsredenen.
Query
Als een URL een vraagteken bevat, geeft dit aan dat de gebruiker een zoekterm heeft ingevoerd. De query is het best uit te leggen aan de hand van een voorbeeld. Stel dat een gebruiker op de Shopify-blog zoekt naar "Apple Pay." Dan wordt deze URL gegenereerd:
De query begint met "search?" Het symbool "%20" staat voor de spatie tussen de woorden. Het "?" vraagt de webserver om naar die zoekterm te zoeken en eventuele overeenkomende resultaten terug te geven.
Parameters
Een parameter, ook wel een querystring genoemd, is een sleutel-waardepaar. Je kunt meerdere parameters hebben, gescheiden door een ampersand (&). Parameters zijn handig voor productzoekopdrachten of voor tracking, zoals marketingcampagnes die worden bijgehouden in Google Analytics.
Laten we de basisanatomie van URL-parameters ontleden. In het volgende voorbeeld hebben we drie sleutel-waardeparen, gescheiden door ampersands:
https://www.saguaro.com/search?q=hiking&options[prefix]=last&type=product
- "Search?" zet de querystring op.
- Het eerste sleutel-waardepaar is de zoekopdracht "q=hiking," wat aangeeft dat de klant naar wandelschoenen heeft gezocht.
- Het tweede paar is technisch en ondoorzichtig: "options[prefix]=last" kan betekenen dat de zoekfunctie een array of object genaamd options gebruikt, ingesteld op de eigenschap "prefix"—iets wat webontwikkelaars beter begrijpen dan het grote publiek.
- Het derde sleutel-waardepaar identificeert het type zoekopdracht—in dit geval een productzoekopdracht.
Je ziet hoe ingewikkeld het ontleden van de URL wordt, maar meerdere parameters hebben hun nut. Ze kunnen meer informatie vastleggen voor tracking- en rapportagedoeleinden.
Fragment
Helemaal aan het einde van een URL zie je soms een fragment: een optioneel onderdeel dat verwijst naar een specifieke plek binnen een pagina. Een fragment maakt gedetailleerdere navigatie mogelijk in plaats van alleen naar de bovenkant van de pagina te springen. Dit kan leiden tot betere betrokkenheid en een intuïtievere browse-ervaring voor websitebezoekers.
Fragmenten worden aangegeven met het hekje (#), gevolgd door een doelwoord dat de fragment-identifier wordt genoemd en dat naar de gewenste plek springt. Het kan een sectie zijn zoals de footer, of een thematische subkop zoals FAQ.
In https://hk241.xb-11.com/enterprise#contact-sales springt het fragment #contact-sales bijvoorbeeld naar een contactformulier binnen de enterprise-webpagina.
Veelgestelde vragen over URL-onderdelen
Wat is de structuur van een typische URL?
Een typische URL bevat deze onderdelen in deze volgorde: protocol://subdomein.rootdomein/pad?query#fragment
Het protocol en rootdomein zijn verplicht. Subdomein, pad, query en fragmenten zijn optioneel. Het standaardprotocol voor e-commerce-URL's is HTTPS. Het subdomein en domein corresponderen met je bedrijfsnaam en hoe je webcontent categoriseert.
Wat is het verschil tussen een URL en een hyperlink?
Een URL is het precieze internetadres van een bron. Een hyperlink is tekst of een knop die de URL bevat, zodat de gebruiker bij het klikken op de link naar het URL-adres wordt gestuurd.
Wat is het verschil tussen een URL en een domeinnaam?
Een domeinnaam is de naam van de website die mensen herkennen, zoals shopify.com, terwijl een URL (uniform resource locator) het volledige webadres is voor een specifieke locatie binnen een webdomein. De domeinnaam is slechts één onderdeel van de URL




